Wat is Gebarentaal? TPRS?

     

Wat is Gebarentaal?

Gebarentaal is de natuurlijke taal van prelinguale Dove mensen in een land. Elk land met een Dovengemeenschap heeft zijn eigen gebarentaal.

Gebarentalen zijn niet afgeleid van gesproken talen, maar hebben zich net als gesproken taal spontaan ontwikkeld, waardoor bijvoorbeeld een eigen grammatica is ontstaan en er per regio eigen dialecten bestaan.

Net als bij gesproken taal kunnen dove mensen uit het ene land dus niet vanzelf communiceren met dove mensen uit een ander land, omdat ze elkaars taal niet begrijpen. Naast de op natuurlijke wijze ontstane gebarentaal bestaat er de zogenaamde internationale gebarentaal. Dit is geen natuurlijke taal, maar een geconstrueerde taal met leenwoorden – veelal inconische gebaren – uit verschillende gebarentalen.

Wil je de gebarentaal leren? Ja, dat kan!

Klik hier voor meer informatie over onze nieuw cursus Gebarentaal.

 

Wat is TPRS?

Oorsprong

TPRS® staat voor: Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. Het is een breinvriendelijke methodiek voor het vreemde-talenonderwijs die radicaal verschilt van de gebruikelijke lesmethoden. TPRS is in de lespraktijk ontwikkeld door de Amerikaanse docent Blaine Ray, nadat hij diverse jaren met TPR® – Total Physical Response – had gewerkt en daar de voordelen, maar ook de grenzen van had leren kennen. Dit loste hij op door verhalen te gaan vertellen, een bekende techniek voor versterking van het lange-termijngeheugen. De naam TPR-Storytelling was geboren. In de loop van de jaren heeft hij in samenwerking met vele andere docenten zijn methodiek verbeterd en verfijnd. Het aandeel TPR in Ray’s methodiek nam zodanig af, dat de afkorting TPRS zijn nieuwe betekenis kreeg: Teaching Proficiency through Reading and Storytelling, ofwel: taalvaardigheid onderwijzen door lezen en verhalen vertellen.

Verhalen

TPRStorytelling gebruikt verhalen als middel om woorden in context te leren en in het lange-termijngeheugen op te slaan. Vocabulaire en grammaticale structuren worden ongemerkt ingesleten doordat de leerlingen luisteren naar en meewerken aan humoristische en persoonlijke verhalen.

De docent kan met de technieken van TPRS voorzien in een doorlopende stroom begrijpelijke en interessante input in de doeltaal, waardoor de leerlingen de taal werkelijk verwerven. De docent bouwt al vragende in de doeltaal met de leerlingen een verhaal op.  Een verhaal is feitelijk niet méér dan een techniek die ervoor zorgt dat leerlingen de woorden beter onthouden, doordat de woorden in een context geplaatst worden. Tijdens het voortdurende vraag- en antwoordspel  vraagt de docent naar details die de leerlingen kunnen aandragen, zodat het verhaal voor hen persoonlijk interessant wordt.

Ook worden daarmee structuren en woorden van die taal steeds in andere zinnen herhaald. Deze gevarieerde herhaling zorgt voor stevige verankering van de taal in het lange-termijngeheugen. De leerlingen gaan daardoor haarfijn aanvoelen hoe de taal ”hoort” te klinken. ook de grammaticale structuren worden op deze manier grondig verworven, terwijl de taal in plaats van de grammatica voorop staat. ”Grammar pop-ups” zorgen waar nodig voor een korte uitleg.

Begrijpelijke input

Misschien wel het belangrijkste van TPRS is dat alles steeds 100% begrijpelijk moet zijn. Dit gebeurt door de woorden/structuren (geen hele zinnen!) op het bord te vertalen. Steeds wanneer de docent het betreffende woord gebruikt, wijst hij/zij naar de geschreven versie op het bord. Op die manier kunt u vrijwel 100% de doeltaal gebruiken en het toch 100% begrijpelijk houden. De docent kan daardoor vrijwel geheel in de doeltaal blijven spreken, terwijl de leerlngen toch alles begrijpen. Dit houdt leerlingen bij de les!

Persoonlijk maken

Naast het bouwen van verhalen, gaat TPRS ook over persoonlijk contact met de leerlingen, door middel van “PQA” (Personalized Questions and Answers), ofwel: persoonlijke vragen en antwoorden. Er wordt niet alleen gepraat over de persoonlijke belevingswereld van de leerlingen, maar ook leveren zij hun eigen bijdragen aan de verhalen of spelen er zelfs een rol in. Deze persoonlijke betrokkenheid werkt bijzonder motiverend.

Lezen

De lessen richten zich altijd op de woordenschat en de grammaticale structuren die strikt noodzakelijk zijn om in de taal te kunnen communiceren. Het grootste deel van onze woordenschat (ook in de moedertaal) verkrijgen we echter door te lezen. Lezen is dan ook een zeer belangrijk onderdeel van TPRS. Iedere week lezen de leerlingen tenminste één verhaal of een deel van een roman. Het in de klas bespreken van het gelezen verhaal biedt de docent bovendien de gelegenheid grammaticale verschijnselen (kort) te bespreken. Voor Gebarentaal is het afzien van een verhaal-film in de Nederlandse Gebarentaal, in plaats van lezen.

Taalproductie

Vanaf de eerste dag zijn leerlingen constant in gesprek met hun docent, en produceren zij voortdurend in de vreemde taal. In het begin zijn dit vooral enkele woorden, maar naarmate zij vorderen zullen ze vaker in hele zinnen spreken. Het schriftelijk en mondeling navertellen, aanvullen of verzinnen van verhalen en het praten en schrijven over hun eigen ervaringen vormen vaste onderdelen van TPRS. Bij Gebarentaal is het afzien en mondeling (gebaren) navertellen, aanvullen of verzinnen van verhalen en het gebaren en afzien over hun eigen ervaringen vormen vaste onderdelen van TPRS NGT.

 

Gebaren